Lies- en buikwandheelkunde

De femorale of inguinale hernia

Een hernia is een uitstulping van het peritoneum (buikvlies) doorheen een opening (de herniapoort) in de buikspieren en het inguinale ligament (de liesband). Deze zwakte van de buikwand kan ertoe leiden dat een darmlus of een ander abdominaal weefsel door deze opening naar buiten geraakt. Dit geeft dan de indruk van "een knobbel onder de huid".

Een hernia kan pijn veroorzaken en kan leiden tot ernstige verwikkelingen die een dringende ingreep noodzakelijk kunnen maken.

Een inguinale of femorale hernia geneest niet spontaan. Een chirurgische ingreep is aangewezen, tenzij er een tegen-indicatie bestaat.

De behandeling

De behandeling voor een hernia bestaat er in de inhoud van de breukzak terug te plaatsen in de buikholte, de herniapoort te sluiten door de buikwand te verstevigen d.m.v. een netje of prothese, dit om te vermijden dat de hernia terug ontstaat.

De chirurgie van de hernia

Wanneer men u een chirurgische ingreep voorstelt, bestaan er twee mogelijkheden: hetzij de "open chirurgie" (d.w.z. er wordt een insnede gemaakt ter hoogte van de liesstreek of ter hoogte van de onderbuik), hetzij een chirurgie met "gesloten techniek", d.m.v. laparoscopie (sleutelgatoperatie of kijkoperatie).

De laparoscopische methode:

De resultaten van de laparoscopische chirurgie lijken min of meer vergelijkbaar aan die van de open chirurgie. Er wordt een niet of gedeeltelijk resorbeerbaar (verteerbaar) netje (prothese) aangebracht, dit tussen het peritoneum (het buikvlies) en de buikspieren. Het netje (meestal 15 x 13 cm) is groter dan de henriapoort (meestal enkele cm). Zodoende is de kans dat het netje zich verplaatst zeer klein, maar niet onbestaande. In dit laatste geval kan er zich opnieuw een hernia voordoen.

Het risico op infectie door het aanbrengen van het netje is zeer klein temeer daar er pre-operatief antibiotica worden toegediend.

De aanwezigheid van een netje kan tijdens een latere ingreep in het bekken, deze ingreep bemoeilijken zonder deze ingreep onmogelijk te maken (bvb. bij open operaties aan de prostaat, gynaecologische of vasculaire (i.v.m. de bloedvaten) ingrepen).

Indien u later een dergelijke ingreep ondergaat, is het noodzakelijk uw chirurg te verwittigen dat er eerder een niet-resoreerbaar netje werd aangebracht.

De open methode:

Er wordt een insnede verricht t.h.v. de lies. De breukzak wordt losgemaakt en afhankelijk van de presentatie, wordt deze verwijderd of terug in het abdomen geplaatst.

Bij een Lichtenstein operatie wordt er een niet of gedeeltelijk resorbeerbaar (verteerbaar) netje (prothese) aangebracht (meestal 12 x 8 cm), tussen de spierbladen.

Bij een TIPP operatie wordt het netje, dieper, tussen het buikvlies en de spierbuiken geplaatst. De aanwezigheid van zo een netje kan tijdens een latere ingreep in het kleine bekken, deze ingreep bemoeilijken zonder deze ingreep onmogelijk te maken (bvb. bij open operaties aan de prostaat, gynaecologische of vasculaire (i.v.m. de bloedvaten) ingrepen).

Indien u later een dergelijke ingreep ondergaat, is het noodzakelijk uw chirurg te verwittigen dat er eerder een niet-resorbeerbaar netje werd aangebracht.

Tijdens de operatie kan afhankelijk van de situatie (type breuk en verklevingen), het type operatie veranderen van Lichtenstein naar TIPP of omgekeerd.

Het netje is groter dan de herniapoort (meestal enkele cm). Zodoende is de kans dat het netje zich verplaatst zeer klein, maar niet onbestaande. In dit laatste geval kan er zich opnieuw een hernia voordoen.

Het risico op infectie door het aanbrengen van het netje is zeer klein temeer daar er pre-operatief antibiotica worden toegediend.

Voorbereiding op operatie

Vanaf middernacht (de avond vóór de operatie) moet u nuchter blijven. Niet eten noch drinken. Plat water is wel toegestaan tot 3 uur vóór de ingreep.

Indien u dagelijks geneesmiddelen neemt, moet u dit melden aan uw chirurg of aan iemand van zijn team. In principe mogen alle medicamenten (met uitzondering van bloedverdunners en pilletjes voor het suiker) 's morgens met een glas water ingenomen worden. Indien u aspirine neemt, anticoagulantia (geneesmiddelen die de bloedstolling vertragen) of anti-inflammatoire geneesmiddelen (tegen artritis, artrose, ... ) moet u hierover spreken met uw chirurg of huisarts, dit om de datum te bepalen waarop u de geneesmiddelen tijdelijk stopzet. Patiënten die insuline nemen, bespreken dit best met de huisarts.

Vaak is pre-operatieve toediening van geneesmiddelen noodzakelijk (geneesmiddelen die moeten ingenomen of ingespoten worden voor de operatie).

Vóór de ingreep zal een lid van de medische ploeg een fijne naald of een catheter aanbrengen in uw aders,om de geneesmiddelen, die noodzakelijk zijn gedurende de operatie, toe te dienen.

U zal zich gedurende de operatie onder algemene anesthesie (verdoving) bevinden. Een blaassonde kan noodzakelijk zijn vóór of tijdens de operatie doch weinig frequent.

Meestal kan deze operatie in ambulante setting gebeuren. Dit wil zeggen dat u dezelfde dag het ziekenhuis kan verlaten. Indien u alleenstaand bent, belangrijke bijkomende ziekten heeft, meer dan 70 jaar bent, is het zinvol een overnachting te voorzien. Een voorziene dagopname kan door omstandigheden (bvb. braken, duizeligheid bij rechtstaan, conversie e.a. ) een overnachting noodzaken.

Richtlijnen na het vertrek uit het ziekenhuis

Onmiddellijk na de operatie in een licht verteerbare, laxerende voeding aangewezen.

De steristrips bedekken de wondjes die met onderhuidse hechtingen zijn voorzien. Deze hechtingen kunnen niet verwijderd worden en verteren de volgende maanden.

De steristrips dienen alleen van een opsite te worden voorzien bij het douchen. Tussentijds dient er geen bedekkend verband te worden gebruikt.

Eén week na ontslag is een controle bij de huisarts aangewezen (ontslagbrief hieromtrent wordt meegegeven). De steristrips kunnen dan meestal worden verwijderd. Er moet dan geen enkel verband meer te worden gebruikt tenzij anders voorgeschreven. De patiënten wordt aanbevolen hun activiteiten te hernemen zodra zij het ziekenhuis hebben verlaten, of voorwaarde dat dit niet met heffen en tillen gepaard gaat (hefverbod gedurende 3 weken). Fietsen wordt ook best één week uitgesteld. Het is aangeraden de steunkousen (TED of andere) gedurende de eerste 7 à 10 dagen, 's nachts te dragen. Zolang de activiteit overdag beperkt is, worden de steunkousen ook overdag gedragen en dit ter preventie van thromboflebitis. Om deze verwikkeling mede te helpen voorkomen zullen bijna alle patiënten preventief heparine toegediend krijgen door de thuisverpleegkundige (deze wordt door u zelf gecontacteerd). De dosis en de duur van de behandeling hangen af van het risico van de patiënt (meest frequent is het Clexane 40mg 1x/d gedurende 10 dagen). Bij obesitas, chronische inname van anticoagulantia e.a. zullen tijdelijk hogere dosissen noodzakelijk zijn.

De post-operatieve pijn (na de operatie) is de eerste 2 à 3 dagen het meest uitgesproken en maken bij de meeste patiënten pijnstillers noodzakelijk. Schouderpijn, vooral rechts, komt bij 25% van de mensen voor. Het wordt veroorzaakt door de ingeblazen CO2 en kan een 2 tot 3 dagen duren. Meestal zal Dafalgan 1g x 3/d in combinatie met Ibuprofen 600mg 3x/d (niet in te nemen op nuchtere maag) volstaan. Aanvankelijk kan ook ijs op de buik gelegd worden.

De pijnmedicatie wordt afgebouwd volgens de pijn, waarbij eerst de ibuprofen wordt afgebouwd en gestopt, en naiden de dafalgan. NSAID's (bvb. Voltaren, Ibuprofen) kunnen alleen ingenomen worden indien er geen contra-indicaties bestaan zoals overgevoeligheid of voorgeschiedenis van maagzweren e.a..

Na drie à vier weken kunnen de dagdagelijkse activiteiten weer worden hervat. Hefverbod is tot zolang obligaat om een navelbreuk of een verplaatsing van de prothese te voorkomen.